Internationale rechtshulp in strafzaken

Bij internationale rechtshulp in strafzaken verlenen staten elkaar hulp bij de strafrechtelijke opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Uitgangspunt bij internationale samenwerking is dat elke staat alleen op zijn eigen grondgebied opsporing en vervolging mag doen. Maar criminaliteit is steeds vaker grensoverschrijdend. Staten hebben elkaar nodig om internationale criminaliteit effectief te bestrijden en sluiten verdragen om de samenwerking te regelen.

Welke strafzaken?

Cybercrime, witwassen of de import en export van drugs zijn voorbeelden van grensoverschrijdende criminaliteit. Om dat te bestrijden is effectieve internationale samenwerking nodig, onder andere via internationale rechtshulp. Het Openbaar Ministerie vraagt dan bijvoorbeeld aan opsporingsautoriteiten in andere landen om onderzoek te doen voor een Nederlandse strafzaak. Andersom gebeurt dat ook.

Hoe werkt internationale rechtshulp?

Een staat dient bij een andere staat een verzoek in om rechtshulp. Het gaat om hulp bij strafrechtelijke procedures, zoals uitlevering van een verdachte of verhoor van een getuige. De afspraken over rechtshulp zijn wederzijds; de landen helpen elkaar.

Een verzoek om internationale rechtshulp moet wel aan bepaalde eisen voldoen. De rechtshulp mag bijvoorbeeld geen schending van mensenrechten tot gevolg hebben. Daarom worden de verzoeken om wederzijdse rechtshulp altijd eerst getoetst aan internationale verdragen en Nederlandse wetgeving.

In Nederland toetst de afdeling Internationale Aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken (AIRS) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid de verzoeken om wederzijdse rechtshulp. AIRS voert ook internationale verdragen en wettelijke regelingen uit bij internationale strafrechtelijke samenwerking.

AIRS

Postadres:
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

bezoekadres:
Turfmarkt 147
2511 DP Den Haag