Juridische basis voor rechtshulp
Het is belangrijk dat een rechtshulpverzoek een juridische basis heeft. Dit is een vereiste bij rechtshulp. De juridische basis is vaak een verdrag waarbij beide landen zijn aangesloten, maar dat hoeft niet perse. Als er geen verdrag is, kunnen staten namelijk ook met elkaar afspreken dat er sprake is van reciprociteit. Dit betekent dat de landen afspreken dat zij - ondanks dat er geen verdrag is - dezelfde soort verzoeken over en weer zullen uitvoeren.
Verdragen
Nederland is partij bij verschillende rechtshulp- en uitleveringsverdragen. Een aantal van de meest voorkomende verdragen waarbij Nederland is aangesloten, is:
Multilateraal
- Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (EU RHO)
- Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (TOC verdrag)
- Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie
- Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (Straatsburg)
- Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen
- Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme
- Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Convention on cybercrime)
- Europees Uitleveringsverdrag
Bilateraal
Nederland heeft met onderstaande landen een bilateraal verdrag op het gebied van uitlevering en rechtshulp. Deze verdragen zijn te vinden op de Verdragenbank van de Rijksoverheid.
- Argentinië
- Australië
- Bahama's
- Canada
- India
- Japan (alleen rechtshulp)
- Kenia
- Liberia
- Malawi
- Marokko (alleen rechtshulp)
- Mexico
- Monaco
- Nieuw-Zeeland
- Pakistan
- San Marino
- Suriname
- Tanzania
- Uganda
- Verenigde Staten
Als een rechtshulpverzoek wordt gebaseerd op een verdrag, dan moeten de juridische eisen die in dat verdrag staan, worden nageleefd.
Nederlandse wetgeving
Regels en afspraken uit de internationale rechtshulpverdragen tussen verschillende landen, zijn voor een deel verder uitgewerkt in Nederlandse wetgeving. Deze wetten zijn de basis voor het uitvoeren van rechtshulp in Nederland. Het gaat onder andere om:
- de Uitleveringswet
- de Overleveringswet,
- de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS)
- het Wetboek van Strafvordering (vijfde boek 5.1.1 e.v.)
De informatie op deze pagina is slechts bedoeld als algemene informatievoorziening over rechtshulp in strafzaken en het werk van AIRS. Aan de informatie op deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend. AIRS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten op deze website.